Wat is de relatie tussen managementbouwstenen?
 

De zes managementbouwstenen lijken op het eerste gezicht eenvoudig en plausibel. Elke manager zal deze aandachtsgebieden herkennen als belangrijkste onderdelen van zijn werk. De eenvoud is echter verraderlijk. Alle aandachtsgebieden hangen met elkaar samen.

Evenwicht
Zo wordt in alle referentiemodellen benadrukt dat er een balans of evenwicht moet zijn in ontwikkeling of volwassenheid van de verschillende gebieden. Het heeft bijvoorbeeld geen zin heel goed in strategie te zijn, terwijl de middelen niet onder controle zijn. De uitvoering van de strategie zal vastlopen omdat de interne organisatie niet kan volgen. In onderstaand overzicht is op speelse wijze verbeeld waarom alle aandachtsgebieden van belang zijn.

In het INK–managementmodel is dit principe uitgewerkt in ontwikkelingsfasen. Elke fase karakteriseert een volwassenheidsniveau waarbij alle aandachtsgebieden in evenwicht zijn.

Samenhang
Het lastigste aspect is echter de onderlinge samenhang tussen aandachtsgebieden. Binnen elk referentiekader wordt gesteld dat verandering in één managementbouwsteen –hoe klein ook– gevolgen heeft voor alle andere. Wanneer we bijvoorbeeld alleen de structuur veranderen, helpt dit vrijwel nooit. Om verbeteringen te bewerkstelligen zijn er ook veranderingen nodig in cultuur, mensen, middelen enzovoort. De sterke en soms diffuse onderlinge samenhang is een hoofdoorzaak van de complexiteit van het managementvak.

Het feit dat alle bouwstenen elkaar sterk beïnvloeden wil overigens niet zeggen dat ze allemaal van dezelfde orde zijn. In de volgende figuur zijn de bouwstenen afgebeeld vanuit de gedachte dat de organisatie als een systeem gezien kan worden (zie ook Systeemleer)

De resultaten bepalen de functie van de organisatie (‘het wat’). De constructie (‘het hoe en waarmee’) wordt deels bepaald door de structuur –harde kant–, de cultuur –zachte kant– en de mensen en middelen. We zien dat het aandachtsgebied strategie van een geheel andere orde is. In systeemtermen gaat het bij strategie om het vinden van de balans tussen functie (externe resultaten) en constructie (interne structuur, cultuur, mensen, middelen).